Poëtische Straattaal: Een gevelsteen voor Brom
Gepubliceerd: woensdag 3 juni 2015 18:00
Willem Geijssen struint de Utrechtse straten af, op zoek naar Poëtische Straattaal. Dit keer: Een gevelsteen voor Brom.
Honderden keren ben ik er langs gelopen en vele duizenden met mij. Oppervlakkig gezien is het een versleten gevelsteen met een nauwelijks te lezen tekst in de muur van het pand Drift 15. Moezelkalksteen is niet erg bestand tegen de tijd. Rijp voor restauratie. De Utrechtse schriftbeeldhouwer Britt Nelemans zou er wel weg mee weten. En Utrechts beroemdste beeldhouwer Pieter d’Hont zou er ook mee gediend zijn, want die heeft de steen zo fraai gehakt.
Jan Engelman schreef de tekst en geen ander had het zo mooi kunnen formuleren. Een eerbetoon aan drie generaties Brom. De familie zat in dit pand van 1889 tot 1962.
In 1856 was Gerard Bartel Brom al vanuit Amersfoort te voet naar Utrecht gekomen. In eerste instantie vestigde hij zich aan de Oudegracht als koperslager en geelgieter, later als edelsmid.
De meeste van zijn kinderen volgden hem later in het bedrijf, behalve de tot priester geroepen Gisbert, die hoofdredacteur van het christelijk-democratisch dagblad Het Centrum werd, en Gerard, die als letterkundige en cultuurhistoricus een invloedrijke positie bekleedde in het intellectuele en katholieke leven.
GETOGEN NAAR DEN DOM
IS GERARD BARTEL BROM
JAN HENDRIK BIJ SINT JAN
VOLTOOIT ZIJN VADERS PLAN
HET AMBACHT IS HERLEEFD
WAT JAN-ELOY DAN GEEFT
EN LEO SIERT HET LAND
GESLOTEN WORDT DIT PAND
Je kijkt dus wel naar een steen waarop in beeld en geschrift ruim honderd jaar Utrechtse geschiedenis op bondige wijze is samengevat. Cultureel erfgoed van de eerste categorie.
Op 30 januari 1962 werd de steen onthuld in het bijzijn van toenmalig burgemeester de Ranitz en aangeboden door Jan Engelman aan Leo Brom. Enige dagen later, op 1 februari, werd de steen in de gevel ingemetseld.
Leo, de laatste telg van het geslacht Brom ging met pensioen en wilde eigenlijk geen museum, waar wel even sprake van is geweest, maar mede door gebrek aan geldschieters kwam er niets van het plan terecht.
Na sluiting werd het pand verkocht aan de Utrechtse Universiteit en de overgebleven gipsmodellen werden kapot gegooid voor de werkplaats aan de Keizerstraat om te voorkomen dat ze opnieuw zouden worden gebruikt.
Die werkplaats stond nog jaren leeg, behalve wanneer de directeur van de Universiteitsbibliotheek er zijn auto stalde. En dat weet ik dan weer omdat ik daar enkele jaren heb gewerkt.
De lange schoorsteen aan de Keizerstraat en de gevelsteen op Drift 15 zijn nog de enige tastbare herinneringen aan Brom’s Edelsmidse hier ter plekke. De tot monument verklaarde schoorsteen stortte in 2008 voor een deel in en werd gerestaureerd door een gespecialiseerd Gronings bedrijf. De gevelsteen verdient dat wat mij betreft ook, in het belang van het Utrechts Cultureel Erfgoed.
Dit artikel verscheen eerder in De Utrechtse Boekhouder, tijdschrift voor Utrechts literair erfgoed, mei 2015